Natuur


Westerlo heeft de bijnaam Parel van de Kempen onder andere te danken aan het grote aanbod van groen dat in de gemeente aanwezig is.

Op enkele honderden meters van het marktplein ligt een natuurgebied van 127 ha groot, de Beeltjens en Kwarekken. Er zijn paden voor wandelaars, fietsers en ruiters. Vele inwoners en bezoekers vinden de weg naar de Beeltjens en Kwarekken. Het gemeentebestuur, Kempens Landschap en ANB leveren heel wat inspanningen om van de Beeltjens en Kwarekken een aantrekkelijk domein te maken waar naast talrijke recreanten ook dieren en planten zich thuis voelen. Daarom werden er gedragsregels opgesteld. Het is belangrijk dat iedereen zijn steentje bijdraagt en de gedragsregels respecteert: • blijf op de aangeduide routes • laat geen afval achter, maar neem het mee naar huis • honden zijn welkom aan de leiband.

De Beeltjens mag je gerust de achtertuin van Westerlo noemen. Vooral in het weekend genieten wandelaars en joggers er van de natuur en het landschap. Heel typisch is het patroon van de dreven in de vorm van een ster. De eerste dreven werden in het begin van de 18de eeuw aangelegd door Jan Philips Eugeen de Merode. De Beeltjens zijn vooral bekend omwille van de grote verscheidenheid aan naaldbomen en loofbomen. Hier ligt ook het hoogste punt van de gemeente, de Asberg, een zandduin van 24 meter hoog. In de prehistorie zou de heuvel gebruikt zijn als begraafplaats. Toen in 1860 een deel van de heuvel werd afgegraven, vond men er urnen met as van lijkverbranding.

De Kwarekken is een lager gelegen natuurgebied dat aansluit bij de vallei van de Grote Nete. Daardoor is de bodem hier veel vochtiger. Er komen dan ook verschillende moerasplanten voor. Op de iets drogere stukken treft men eiken, beuken en dennen aan. Dit is het uitgelezen terrein voor een 'laarzen'wandelaar.

Het Riet, het gebied tussen de Grote Nete en de tuintjes van de woningen op de Grote Markt wordt het Riet genoemd. De andere kleine rivier die in dit gebied stroomt is de Laak. Vroeger liep deze strook geregeld onder water bij hoge waterstand van de Grote Nete. Dit gebied stond onder beheer van de gilde van Westerlo. De historische binding tussen het Riet en de gilde is op vele kaarten en in geschriften terug te vinden. Op een kaart uit 1721 staat het kasteel van de familie de Merode afgebeeld en is de staande wip als herkenningspunt aangeduid. Op deze kaart zijn ook twee doelhuisjes aangegeven. Tegen deze huisjes werd een wissen wand aangebracht met het blazoen van de gilde dat als doel diende voor de schutters. De gilde verdedigde dit stukje land indien nodig. Ze beschikte hiervoor over wapens, een uitkijkpost op de kerktoren en een uitkijkpost in de toren van het kasteel. In tijden van gevaar kon de gilde de bevolking waarschuwen zodat ze zich tijdig met haar vee kon terugtrekken in het Riet. Door haar ideale ligging, volledig ingesloten met water, werd het Riet een natuurlijke schans waarop het vee en de inwoners beschutting zochten en vonden. Het Riet was vroeger enkel bereikbaar via twee ophaalbruggen over de Laak : een in de Rietstraat (vroeger Kerkestraatje genoemd) en een in de Ketelstraat. De schietboom van de staande wip werd officieel ingeschoten in mei 2003. De lork van 23 meter hoog werd geschonken door prins de Merode. De vorige schietboom die er sinds 1951 stond, werd in het najaar van 2002 geveld door een storm.

Het Schaapwees, het natuurgebied ligt in de vallei van de Grote Nete in de gemeenten Westerlo, Herselt en Hulshout. Het bestaat uit de gebieden Schaapwees en Heyland. Het Schaapwees ligt ten westen van de baan Zoerle-Parwijs-Herselt in de gemeente Westerlo en is ongeveer 250 ha groot. Het Heyland ligt ten westen van de baan Westerlo - Bergom in Herselt en is ongeveer 150 ha groot. Toegankelijkheid Vrij toegankelijk op de paden. Beschrijving van het gebied Tot 1950 was het natuurgebied één groot graslandcomplex waar de omwonenden, nadat het water van de Grote Nete zich had teruggetrokken in de zomerbedding, hun koeien en schapen lieten grazen. Tussen 1950 en 1970 is deze vorm van beheer weggevallen en zijn grote delen van het terrein spontaan beginnen verbossen met voornamelijk wilg, zomereik en els. Ook werden er verschillende percelen aangeplant met canadapopulieren. Momenteel is ongeveer 90 % van het natuurgebied bebost. Dieren en planten De vele ondoordringbare wilgenstruwelen herbergen tal van zoogdieren en vogels. Vooral nachtegaal, bosrietzanger en houtsnip zijn steeds weerkerende broedvogels. Natuurbeheer In 1992 werden de eerste percelen in het Schaapwees aangekocht door onze natuurvereniging en in 1999 werd het gebied erkend als natuurreservaat. Het beheer van het gebied richt zich vooral naar het openhouden van de nog aanwezige open en half-open ruimten. Jaarlijks worden enkele schraalgraslanden gemaaid en gehooid. Ook zijn er enkele begrazingsblokken van ongeveer 5 ha groot, waar tijdens de zomermaanden een vijftal gallowayrunderen het beheer uitvoeren.